JTC
JTC
JTC
Groep 8
Als je van de basisschool naar de middelbare school gaat is dat niet alleen spannend maar ook hartstikke leuk
Opleidingen
Op het JTC kun je de volgende opleidingen volgen:
Tweetalig VWO (TVWO), Technasium, VWO, Havo, Mavo
Ticket4talents
Kies op het JTC voor de reis naar jouw talent. Ticket4talent noemen we dat.
 
Toelating en plaatsing

Het JTC hanteert uiteraard het Roosendaalse toelatingsbeleid. Dit beleid draait om het geïntegreerde eindadvies van de basisschool. Het team van het basisschool stelt dit eindadvies vast op basis van een aantal gegevens:
• de adviezen die volgen uit de onafhankelijke test (CITO, EDUX of een equivalent daarvan);
• de gegevens uit het eigen leerlingvolgsysteem
• de eigen ervaringen en kijk op de leerling

Alles wikkend en wegend mondt dit uiteindelijk uit in geïntegreerde het eindadvies. Daarbij heeft het team van de basisschool de keuze uit alle niveaus die in Roosendaal worden aangeboden. Dat loopt van praktijkonderwijs tot en met VWO. Op het JTC zijn de volgende basisniveaus beschikbaar:
- MAVO (= vmbo theoretische leerweg);
- HAVO;
- VWO (met als speciale variant het tweetalig VWO).

In de brugklas bieden wij de volgende niveaus aan:
- MAVO;
- MAVO/HAVO (al dan niet met technasium); 
- HAVO/VWO(al dan niet met technasium); 
- VWO (al dan niet met technasium); 
- TVWO (al dan niet met technasium).

Wij geloven erg in kansen bieden aan leerlingen en plaatsen leerlingen, op suggestie van de basisschool, in één van bovengenoemde niveaus. Met name het MH en HV niveau zien we als kansniveaus.  Bij deze niveaus wordt gewerkt met een dubbele beoordeling (mavo én havo respectievelijk havo én vwo). Er wordt les gegeven op het hoogste niveau, de leerlingen krijgen alleen twee rapporten. Op het einde van het jaar moet dan blijken welke tweede klas het meest geschikt is.
Plaatsing op niveau vindt uiteraard plaats op basis van het eindadvies en eventueel het plaatsingsadvies van de basisschool. Afhankelijk van de exacte aantallen kan het zijn dat er combinatieklassen ontstaan. Binnen die klassen werkt ieder echter op het niveau waarop hij/zij geplaatst is.

Een geïntegreerde eindadvies van de basisschool voor één van de basisniveaus, al dan niet aangevuld met een plaatsingsadvies voor een tussenliggend niveau, is in principe voor ons bepalend voor aanname. Het enige voorbehoud dat gemaakt wordt, is dat er bij strijdige gegevens om een verklaring gevraagd wordt van de basisschool.
  
Begeleiding klas 1 en 2

Het is een hele overstap van basisschool naar het voortgezet onderwijs, dat kan dan ook niet zonder begeleiding. Spil in het geheel van begeleiding is de mentor. Deze fungeert als vraagbaak voor de leerlingen, als aanspreekpunt voor ouders, als intermediair tussen leerlingen/ouders en het team, luisterend oor naar allerlei problemen en probleempjes, teambuilder, bewaker van de sfeer. Naast zijn eigen vak heeft de mentor de brugklassers zowel voor de mentorles als voor een studieles. Het is bijzonder om van een mentor te horen welke onderwerpen bij de klassikale en individuele begeleiding ter sprake komen: de weg zoeken, rooster lezen, huiswerk, liefdesproblemen, meningsverschillen met docenten, enz. Gedurende hun JTC-loopbaan hebben leerlingen altijd een mentor, van klas 1 t/m 6. De gesprekken en begeleiding worden echter in de loop van de jaren natuurlijk wel steeds anders van karakter. Naarmate de jaren vorderen verschuift de taak van de mentor van intensieve sociale en persoonlijk begeleiding naar wat meer begeleiding van zakelijke aard.
Naast de mentor speelt de teamleider ook een rol. Samen met de mentor bepaalt de teamleider het begeleidingsprogramma in de brugklas, stellen ze de leren-leren inhoud vast van de studieles en bepalen ze welke instrumenten ze daarbij gebruiken. Om er een paar te noemen:
• de speciale agenda om het leren plannen en studeren makkelijker te maken;
• de introductieperiode voor brugklassers, de gehele eerste module staat in het teken van introductie. Er is een speciaal programma waarmee wij de leerlingen zich snel thuis willen laten voelen op het JTC. Het begint met een activiteitendag en eindigt met ‘een nachtje slapen op school’ en het vermaarde wuppenbal. Tussendoor gebeurt er ook van alles: een rondje door de school met de conciërge, een kringgesprek met de rector, teambuilding in de studielessen, bezoek aan mediatheek en bibliotheek, enz.
• de blauwe kaart waarop bijvoorbeeld aantekeningen worden gemaakt over het huiswerk en dergelijke, de mentor gebruikt die kaart als gespreksonderwerp over de situatie en indien noodzakelijk worden er corrigerende maatregelen genomen;
• de taakwijzers waarop de taken voor het leerplein van de verschillende vakken worden aangegeven;
• vaardigheidsoefeningen in het kader van leertechnieken;
• projecten over pesten, anti-roken, etc.

Tot slot hebben we in het kader van begeleiding ‘specialisten’ in huis:
- de remedial teacher, die zich naast dyslexie ook bezig houdt met faalangstreductietrainingen;
- de zorgcoördinator, welke het zorgbeleid van de school coördineert, contacten heeft met ambulante begeleiders, fungeert als deskundige schakel tussen externe instanties op het vlak van zorg en de school;
- de schoolmaatschappelijk werkster is wekelijks twee dagdelen aanwezig op het JTC. Leerlingen met een (sociale) problematiek die de school ontstijgt worden, in overleg met de ouders, naar haar verwezen. Vaak is dat voor een adviserend gesprek, in een enkel geval gaat dat verder.

Zeker qua studiebegeleiding speelt ook het leerplein en de zogenaamde stroken een rol. Vakdocenten kunnen via dat middel extra individuele aandacht geven aan leerlingen die dat nodig hebben. Zij kunnen dan op het leerplein deze leerlingen vaker bij zich roepen en ook promoten dat ze wat extra werken aan hun vak.
De strook vindt twee keer per week plaats. Leerlingen kunnen tijdens deze studieuren dan zelf kiezen naar welke docent ze gaan. Er is dan keuze uit docenten van verschillende vakken, per uur steeds 3 tot 4 vakken.

  
Contact met ouders

Het JTC stelt er prijs op om een goed contact met ouders te onderhouden.
Papieren informatieverstrekking vindt in grote lijnen plaats op twee manieren. Per module komt er een ouderbulletin uit waarin wij van allerlei lopende schoolzaken aan u bekend maken. Mocht er tussentijds iets zijn waarover wij u willen berichten dan worden er per afdeling of per klas brieven verstuurd.

Op breed schoolniveau zijn er een aantal groepen te noemen waarin ouders participeren:
-De ouderklankbordgroep
Per afdeling komt de afdelingsleiding eenmaal per module samen met een groep ouders om over het wel en wee van de afdeling te praten. Ouders geven ons dan feedback en komen met adviezen of tips.
- De oudergeleding Medezeggenschapsraad
De MR adviseert de schoolleiding over beleidszaken rond financiën, onderwijs, personeel en specifieke leerlingenzaken. Afhankelijk van het onderwerp is er zelfs sprake van instemmingsrecht.
-Er is een activiteitencommissie die incidenteel de helpende hand biedt bij grote schoolactiviteiten, zoals bijvoorbeeld bij feesten en de goede-doel-actie.


Vanzelfsprekend zijn er ook veelvuldig individuele contacten met ouders.
De mentor is in eerste instantie aanspreekpunt voor ouders en zal ook zelf, als daar reden toe is, regelmatig met ouders van zijn/haar leerlingen contact zoeken. Het gaat dan bijvoorbeeld om achterblijvende of juist opvallende studieresultaten, afwezigheid, sociale zaken, etc. Dit gebeurt telefonisch, via e-mail of op afspraak op school.
Naast deze communicatie hebben we ook structureel ouderavonden. Daar wij met 4 modules werken, komt er ook 4 maal per jaar een rapport uit. Na de eerste drie rapporten is er altijd een ouderavond. U wordt dan uitgenodigd om met docenten naar uw keuze een gesprek te voeren. De mentor is op dat soort avonden natuurlijk heel populair.

Rond absenten, ordezaken en dergelijk zoekt veelal de teamleider contact met u.
Zo zullen de teamleiders contact met u zoeken wanneer uw zoon/dochter ’s morgens niet op school blijkt te zijn, zonder dat ons daar iets over bekend is. Mede daarom vragen wij u nadrukkelijk om zo snel mogelijk te school te laten weten wanneer uw zoon/dochter.

Al met al zijn wij er bijzonder blij mee dat ouders in enquêtes  steeds laten weten dat zij de drempel laag vinden en dat zij tevreden zijn over de oudercontacten.

  
Activiteiten buiten de lessen

Buitenschoolse activiteiten horen natuurlijk net zo bij een school als pennen, krijt en digitale borden.
Het gaat te ver om alle activiteiten te noemen die in een schooljaar spelen. Hierbij toch een greep uit de dingen die jaarlijks op onze jaarplanning staan:

- Feesten (waaronder het wuppen- en galabal)
- Sportdagen
- Excursies (eendaagse excursie en meerdaagse excursie naar bijvoorbeeld Londen, Parijs en Berlijn)
- JTC-On-Stage (theater door voor en met leerlingen)
- Interscolaire sporttoernooien
- Theaterbezoeken
- Goede-doel-actie
- Eindejaarsviering
- Klassenuitjes
- Filmavond
- Brugklaskamp
- Buitenland reizen
- Ski-kamp
- Uitwisseling met buitenlandse scholieren

Een aantal van deze activiteiten hebben direct met de lesstof te maken, maar er zijn ook activiteiten die puur een ontspannend en sociaal karakter hebben.

  
Rapportage studieresultaten

Op het JTC werken we met vier modules van ca. 10 weken.
In die modules worden leerlingen op verschillende manieren beoordeeld:
schriftelijke overhoringen, proefwerken, werkstukken, muurkranten, etc.
Elk beoordeling wordt uitgedrukt in een cijfer. Cijfers worden in ons administratiesysteem ingevoerd en rekening houdend met weegfactoren rolt daar elke module een rapportcijfer uit.
Daar wij met 4 modules werken, komt er ook 4 maal per jaar een cijferrapport uit met twee kolommen met cijfers.
Het modulegemiddelde en het zogenaamde voortschrijdend gemiddelde.
Dat laatste cijfer is het gemiddelde van alle cijfers van alle modules tot op dat moment. Dit cijfer is voor ons ook het cijfer waar we naar kijken als het om overgang en dergelijke gaat.

Als ouder ziet u dus 4 maal per jaar deze gemiddelde cijfers.
Dat vinden wij echter niet voldoende. We gebruiken twee methodes om u ook tussendoor zicht te laten hebben op de behaalde resultaten en dan zelfs per proefwerk of overhoring.
1. De eerste manier is de zogenaamde blauwe kaart. Leerlingen worden geacht op hun blauwe kaart alle cijfers te noteren, die kaart hebben ze altijd bij zich. Thuis kunt u ook naar die kaart vragen en er met uw zoon of dochter over spreken. Deze methode is echter kwetsbaar omdat het afhankelijk is van de trouw waarmee cijfers genoteerd worden.
2. De tweede methode is betrouwbaarder. U krijgt als ouders een inlogcode en kunt daarmee voor uw zoon of dochter via internet de cijfers bekijken die in het administratief systeem zijn opgeslagen. Ouders en wij zijn zeer tevreden over deze manier van rapporteren. U heeft daarmee direct inzage in de cijfers en dat vanuit elke plaats in de wereld waar maar een PC met internetverbinding staat.

Kort na de eerste drie rapporten is er altijd een ouderavond. U wordt dan uitgenodigd om met docenten naar uw keuze een gesprek te voeren. Na het vierde overgangsrapport gebeurt dat alleen op verzoek van ons of van u.